Heb je een vraag? Bekijk onze FAQ
Let op met betalingsvorderingen tegen buitenlandse aandeelhouders tijdens een insolventieprocedure
Blogs Let op met betalingsvorderingen tegen buitenlandse aandeelhouders tijdens een insolventieprocedure

Let op met betalingsvorderingen tegen buitenlandse aandeelhouders tijdens een insolventieprocedure

In een recent vonnis van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen werden de curatoren van een gefailleerde Belgische vennootschap geconfronteerd met de vraag of zij de Nederlandse aandeelhouder van deze vennootschap konden dagvaarden tot betaling van het volledige kapitaal (thans: startkapitaal) en tot vereffening van zijn rekening-courant. De Belgische rechter bleek echter niet over internationale bevoegdheid te beschikken om in deze zaak te oordelen.

Algemene aspecten van de zaak

De algemene regel luidt dat vorderingen die rechtstreeks voortvloeien uit een faillissement enkel kunnen worden ingesteld door de curator van een gefailleerde vennootschap.

Elke vordering die de vennootschap zélf, buiten faillissement, had kunnen instellen, is géén vordering die rechtstreeks voortvloeit uit het faillissement. Dergelijke vorderingen vallen dan ook niet onder het toepassingsgebied van de Insolventieverordening.

Omdat de invordering van niet-volgestort kapitaal en de vereffening van schulden in rekening-courant géén vorderingen zijn die rechtstreeks uit het faillissement voortvloeien, besliste de rechtbank dat de Insolventieverordening niet van toepassing is. De bevoegdheidsregels van de Insolventieverordening golden dus niet.

Hoe moet de bevoegdheid worden bepaald?

De rechtbank onderzocht vervolgens of de betrokken vordering binnen het toepassingsgebied van de Brussel Ibis-Verordening viel.

Daarbij baseerde de rechter zich op het Gourdain-arrest van het Hof van Justitie: alle vorderingen die door de curator in een faillissement worden ingesteld, in naam van de gefailleerde, en die steunen op een andere rechtsgrond (wet of rechtshandeling) dan het faillissementsrecht zelf, vallen onder de Brussel Ibis-Verordening.

De vordering in kwestie vloeide voort uit de verbintenis van de aandeelhouder tegenover de vennootschap. Daarom was artikel 7, 1, a) Brussel Ibis van toepassing.

Toch beschikte de Belgische rechter niet over internationale bevoegdheid op basis van art. 7.1.a) Brussel Ibis.

Artikel 7.1.a) Brussel Ibis kent internationale bevoegdheid toe aan de rechter van de plaats waar de verbintenis die aan de vordering ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd.

In lijn met het Tessili-arrest werd de plaats van uitvoering van de betrokken verbintenis bepaald aan de hand van het toepasselijke recht. De karakteristieke prestatie bestond uit “de betaling van een verbintenis die (oorspronkelijk) door de vennoot was aangegaan ten aanzien van een Belgische vennootschap”. Daardoor was Belgisch recht van toepassing.

Op grond van Belgisch recht moeten schulden worden betaald op de woonplaats van de schuldenaar (art. 1247 Oud Burgerlijk Wetboek). In dit geval was dat in Nederland. De betaling moest dus in Nederland worden uitgevoerd.

Daaruit volgde dat de Nederlandse aandeelhouder moest worden gedagvaard voor de rechter van de plaats waar de betrokken verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. De Belgische rechtbanken konden dus niet oordelen over de vordering tot invordering van de rekening-courantschuld of de betaling van het kapitaal tegen een buitenlandse schuldenaar.

Was dit te vermijden?

Enerzijds, voor een (potentieel) gefailleerde vennootschap is het aangewezen om in de statuten een clausule op te nemen waarin wordt bepaald dat alle betalingen aan de vennootschap moeten gebeuren op haar statutaire zetel in België.

Alle betalingsverplichtingen van huidige en toekomstige aandeelhouders tegenover de vennootschap moeten dan worden uitgevoerd op die zetel.

Daarnaast kan ook een algemene forumkeuzebeding in de statuten worden voorzien, dat bepaalt dat alle geschillen – niet alleen betalingsvorderingen – die de vennootschap aanbelangen, aanhangig moeten worden gemaakt bij de rechter van de zetel van de vennootschap.

Anderzijds, wanneer men te maken heeft met een buitenlandse aandeelhouder van een (gefailleerde) vennootschap en er géén forumkeuzebeding is, is een zorgvuldige analyse nodig van de plaats waar de vordering moet worden ingesteld. Men is dan onderworpen aan de regels van internationale bevoegdheid op grond van de Brussel Ibis-Verordening.

Zorg er dus voor dat er een forumkeuzebeding wordt onderhandeld dat voor u gunstig is, hetzij in een specifieke (lenings)overeenkomst, hetzij in de statuten.

Bestaat er geen dergelijk beding, dan zal een vordering in België tot betaling door een buitenlandse aandeelhouder in principe niet voor de Belgische rechter kunnen worden gebracht.

Vragen over dit onderwerp?

Onze specialisten staan voor u klaar. Plan een vrijblijvend gesprek of stel uw vraag via ons contactformulier.

Plan een kennismaking
img