Heb je een vraag? Bekijk onze FAQ
Nieuw Belgisch Burgerlijk Wetboek – Waarom je onderhandelingen niet zomaar kan stopzetten
Blogs Nieuw Belgisch Burgerlijk Wetboek – Waarom je onderhandelingen niet zomaar kan stopzetten

Nieuw Belgisch Burgerlijk Wetboek – Waarom je onderhandelingen niet zomaar kan stopzetten

Volgens de contractsvrijheid is iedereen vrij om onderhandelingen op te starten, verder te zetten én te beëindigen met wie hij maar wil. Toch kan een ongerechtvaardigde stopzetting van onderhandelingen in bepaalde omstandigheden onrechtmatig zijn en tot aansprakelijkheid leiden. In dit artikel zoomen we in op de juridische (en mogelijke financiële) gevolgen van een onrechtmatige beëindiging van precontractuele onderhandelingen, zoals vastgelegd in artikel 5.17 van het nieuwe en gemoderniseerde Belgische Burgerlijk Wetboek (BW).

Goede trouw als basisregel

Als algemene vuistregel verplicht het BW onderhandelende partijen om te handelen in overeenstemming met het beginsel van de goede trouw (artikel 5.15 BW).

Daarnaast bepaalt artikel 5.17 BW dat precontractuele onderhandelingen onderworpen zijn aan de regels van de buitencontractuele aansprakelijkheid. In de praktijk betekent dit dat het op zich niet onrechtmatig is om onderhandelingen te beëindigen, maar dat dit wél zo kan zijn indien dit gebeurt in specifieke, verwijtbare omstandigheden.

Met andere woorden: het probleem is niet dát je stopt met onderhandelen, maar hoe en wanneer je dat doet.

Wanneer is de beëindiging onrechtmatig?

Als een partij zich, bij het beëindigen van onderhandelingen, niet gedraagt zoals een normaal en redelijk contractspartij of nalatig handelt ten aanzien van de andere partij, dan kan een eenzijdige beëindiging als onrechtmatig worden beschouwd.

Voorbeelden van onrechtmatige beëindiging:

  • Voorbeeld 1 – Share deal
    Alle aspecten van een aandelentransactie zijn uitgeklaard en onderhandeld. Op dat moment wil de verkoper nog een fundamentele wijziging van de representations and warranties doordrukken, en weigert hij te verkopen als de koper daarmee niet instemt.
  • Voorbeeld 2 – Asset deal
    Een asset deal is al ingepland voor closing en ondertekening. De koper trekt zich echter op het laatste moment terug omdat hij “toch niet meer overtuigd is” van de milieusituatie van het onroerend goed, terwijl alle vereiste documenten tijdens de due diligence ter inzage waren.

In dergelijke situaties kan de partij die de onderhandelingen stopzet, het verwijt krijgen dat zij te laat, zonder degelijke reden of in strijd met de goede trouw heeft gehandeld.

Gevolgen van onrechtmatige beëindiging – artikel 5.17 BW

Artikel 5.17 BW bepaalt uitdrukkelijk de gevolgen van een onrechtmatige beëindiging van onderhandelingen.

Het uitgangspunt is dat de benadeelde partij in de toestand moet worden geplaatst waarin zij zich zou hebben bevonden als de (mislukte) onderhandelingen nooit hadden plaatsgevonden.

Concreet kan de benadeelde partij:

  • De kosten terugvorderen die zij in het kader van de onderhandelingen heeft gemaakt (bv. advieskosten, due diligence, reistijd, voorbereiding, enz.);
  • Daarnaast vergoeding van winstderving vorderen, voor zover zij kan aantonen dat zij legitiem mocht verwachten dat de overeenkomst effectief zou worden gesloten.

Dat laatste kan tot een aanzienlijke schadevergoeding leiden, zeker in complexe of vergevorderde deals.

Geen spel zonder grenzen

De kernboodschap is duidelijk: onderhandelingen zijn geen vrijblijvende oefening.

Partijen moeten op elkaar kunnen rekenen en het onderhandelingsproces ernstig nemen. Wie te lichtzinnig de stekker eruit trekt, kan financieel een serieuze rekening gepresenteerd krijgen.

Tegelijk blijft de lat voor het bewijzen van verlies van winst hoog. De partij die zich op die schade beroept, draagt de bewijslast. Hoe verder de onderhandelingen gevorderd zijn, hoe makkelijker het wordt om aan te tonen dat er een rechtmatige verwachting bestond dat de overeenkomst zou worden gesloten.

Dat lijkt een faire wisselwerking:

  • hoe dichter bij de deal,
  • hoe groter de bescherming,
  • én hoe zwaarder de mogelijke aansprakelijkheid.

Alleen de toekomst zal uitwijzen hoe enthousiast de rechtbanken artikel 5.17 BW zullen toepassen, en in welke concrete situaties zij zullen aannemen dat er een gerechtvaardigde verwachting bestond dat een contract tot stand zou komen.

Vragen over dit onderwerp?

Onze specialisten staan voor u klaar. Plan een vrijblijvend gesprek of stel uw vraag via ons contactformulier.

Plan een kennismaking
img